Is de nieuwsbrief niet goed leesbaar?
   

       Fiscaal actueel februari 2012

 

   


1. Duidelijkheid bij onzakelijke leningen? 

Regelmatig verstrekken vennootschappen binnen een concern elkaar leningen. Ook directeuren-grootaandeelhouders verstrekken regelmatig leningen aan hun bv. Daarbij moet met een zakelijke rente rekening worden gehouden. Loopt de uitlener een onzakelijk debiteurenrisico en kan de debiteur de lening niet volledig aflossen, dan is de afwaardering op de vordering voor de uitlener niet aftrekbaar. Wanneer is sprake van een onzakelijk debiteurenrisico? De Hoge Raad heeft daarvoor onlangs (nieuwe) regels gegeven.  Als hoofdregel geldt dat een verlies op een onzakelijke lening aan een aandeelhouder niet aftrekbaar is van de winst. Stel dat een vennootschap een lening verstrekt aan haar aandeelhouder onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat zij daarbij een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren. Dan heeft de vennootschap dit risico aanvaard om het belang van haar aandeelhouder in die hoedanigheid te dienen. Een eventueel verlies op zo’n geldverstrekking met een onzakelijk debiteurenrisico is dan niet aftrekbaar. Dit oordeelde de Hoge Raad in mei 2008.  

Rentepercentage
Sinds het oordeel van de Hoge Raad in 2008 is onduidelijk gebleven hoe precies de zakelijkheid van de lening kan worden beoordeeld. Van belang zijn onder andere de looptijd, een aflossingsschema, de hoogte van het rentepercentage en verstrekte zekerheden. Eind vorig jaar gaf de Hoge Raad onder andere aan welk rentepercentage de schuldeiser en schuldenaar in aanmerking moeten nemen als de schuldenaar geen zekerheden heeft verstrekt. Het gebrek aan zekerheid zal moeten worden gecompenseerd door een hogere rente (risico-opslag). Is die risico-opslag niet vast te stellen, omdat bijvoorbeeld vergelijkingscijfers ontbreken, dan kan worden uitgegaan van het rentepercentage dat een derde in rekening zou brengen als hij de lening onder dezelfde voorwaarden zou hebben verstrekt, maar met een borgstelling van een concernvennootschap. Een eventueel afwaarderingsverlies is dan echter niet aftrekbaar. Hoewel deze vuistregel nu wel een indicatie geeft, blijft het lastig te bepalen hoe hoog de rente daadwerkelijk moet zijn. 

Onzakelijke lening
Begin van dit jaar sprak de Hoge Raad zich ook uit in een zaak waarin een directeur-grootaandeelhouder geld leende aan zijn bv tegen heel coulante leningsvoorwaarden (lage rente, geen formele zekerheden bedongen en geen aflossingsschema overeengekomen). Volgens de hoogste belastingrechter maakte dit de lening in dit geval niet per definitie onzakelijk. De dga mocht het afwaarderingsverlies in aftrek brengen op zijn winst. Volgens de rechter kon de dga namelijk op het moment van geldverstrekking van mening zijn geweest dat er voldoende zekerheid bestond dat de bv in staat zou zijn de lening af te lossen. Bij het aangaan van de lening bood de bv namelijk volgens de dga en de inspecteur voldoende verhaal. Daarom was de afwaardering toch een aftrekbaar verlies. De Hoge Raad gaf daarbij aan dat als de overeengekomen rente niet zakelijk is voor de fiscale winstberekening wel van een zakelijk percentage moet worden uitgegaan.  

Tip: Leg de leningvoorwaarden vast in een schriftelijke overeenkomst.

 

   

 

       


2. Estateplanningsadvies ouderlijke woning toch niet helemaal de nek omgedraaid 

Twee jaar na dato is er toch nog overgangsrecht gekomen voor een veel toegepaste vorm van estate planning met de ouderlijke woning. Het gaat om gevallen waarin ouders voor hun kinderen erfbelasting wilden besparen door hun woning onder een recht van vruchtgebruik over te dragen aan de kinderen.  Vóór 2010 konden ouders voor hun kinderen erfbelasting (toen nog successierecht) besparen door hun woning te verkopen of te schenken aan hun kinderen onder de voorwaarde dat zij zelf deze woning mochten bewonen tot hun overlijden of een eerdere verhuizing. In dat geval hoefden de kinderen geen erfbelasting te betalen over de waardestijging vanaf de verkoop of schenking tot het moment van het overlijden van de ouders. 

Wetswijziging
Op 1 januari 2010 vond echter zonder overgangsrecht een wijziging in de regelgeving plaats. Sindsdien moeten de erfgenamen bij het overlijden van de ouders erfbelasting betalen over de (vaak) hogere waarde op de overlijdensdatum. Hierdoor moeten zij ineens veel meer erfbelasting betalen.  

Toch tegemoetkoming
Als tegemoetkoming keurt de staatssecretaris nu toch nog goed dat in deze situatie alleen de waarde van de woning op het moment van de overdracht plus de waardestijging van 1 januari 2010 tot de overlijdensdatum belast is. Hierdoor wordt een waardestijging tussen het moment van de overdracht van de woning en 1 januari 2010 niet meegenomen voor de heffing van erfbelasting. Het overgangsrecht geldt alleen voor situaties die zijn ontstaan door een overdracht van de woning vóór 1 januari 2010. In verband met de ongunstige fiscale behandeling per 1 januari 2010 is het vruchtgebruik in sommige gevallen omgezet in huur. Ook voor die situaties geldt het overgangsrecht. Het beleidsbesluit met de overgangsregeling wordt waarschijnlijk medio 2012 gepubliceerd. Heeft u vragen over uw situatie? Raadpleeg uw belastingadviseur.

 

        

    


3. LET OP: Voorkom bestuurdersaansprakelijkheid, maak tijdig melding 

Als bestuurder wilt u uiteraard voorkomen dat de Belastingdienst u aansprakelijk stelt voor de niet betaalde belastingen van uw bv. U verkleint het risico al behoorlijk als u tijdig de betalingsonmacht meldt. Bestuurders van (onder meer) een nv of bv kunnen op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van hun onderneming. Hierbij speelt de melding van de betalingsonmacht een grote rol. Het is van belang om bij de ontvanger van de Belastingdienst ‘onverwijld’ te melden dat uw onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Dit betekent dat u de melding moet indienen binnen twee weken nadat de belastingen of premies betaald hadden moeten zijn. Als de melding voldoet aan de voorwaarden is het aan de Belastingdienst om te bewijzen dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur, om u aansprakelijk te kunnen stellen. Onlangs oordeelde de Hoge Raad overigens dat een melding niet helpt in het geval er opzettelijk een onjuiste aangifte is gedaan. Raadpleeg uw belastingadviseur voor meer informatie over hoe u aansprakelijkheden kunt voorkomen. Verkeert uw bv in zwaar weer? Meld betalingsonmacht, ook al is het uw eer te na.

 

     
     


4. Na verzuimboete toch nog vergrijpboete mogelijk 

Als men de belasting die op aangifte is verschuldigd (bijvoorbeeld loonheffingen) te laat betaalt of als er niet of te weinig wordt betaald, kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen. Vanaf 1 januari 2012 kunt u na een betaalverzuimboete ook nog een vergrijpboete voor hetzelfde feit krijgen. Normaal gesproken verhindert het zogenoemde ‘ne bis in idem-’beginsel dat u voor hetzelfde feit tweemaal een boete krijgt. Daar is nu een uitzondering op. Als u de aangiftebelasting te laat betaalt of als u niet of te weinig betaalt, kunt u een betaalverzuimboete krijgen. Sinds 1 januari 2012 kunt u na die betaalverzuimboete ook nog een vergrijpboete voor hetzelfde aangiftetijdvak krijgen voor het te laat, niet of te weinig betalen. 

Voorwaarden
Er moet dan wel zijn voldaan aan de volgende twee voorwaarden:

  • De Belastingdienst heeft na het opleggen van de betaalverzuimboete nieuwe informatie gekregen. Deze nieuwe informatie kan een verklaring zijn van uzelf of van anderen, maar het kan ook gaan om informatie uit uw administratie (ook digitaal).
  • De nieuwe informatie zou tot een vergrijpboete hebben geleid als die informatie bekend was geweest bij de Belastingdienst voordat hij u een betaalverzuimboete oplegde.
  • Let hierbij op dat deze maatregel ook geldt voor verzuimboetes die u hebt gekregen in de periode vóór 1 januari 2012.


 

      
    


5. TIP: Meer voordeel voor innovatieve ondernemers 

De Research & Devolpment Aftrek (RDA) is er sinds 1 januari 2012 voor ondernemers die speur- en ontwikkelingswerk verrichten. De RDA biedt fiscaal voordeel voor de kosten of uitgaven die u doet voor uw S&O-projecten. U kunt namelijk 40% van de investeringen in R&D en de corresponderende exploitatiekosten in mindering brengen op de belastbare winst. Dit geldt voor de ondernemer in de inkomstenbelasting en in de vennootschapsbelasting. Voor uw S&O-uren of loonkosten was er al de afdrachtvermindering WBSO. Let er wel op dat u een beschikking nodig heeft van Agentschap NL. Vraag uw belastingadviseur naar de mogelijkheden.

 

      
     


6. Btw-aftrek bij gemengd gebruik bedrijfspand 

Sinds 1 januari 2011 is de btw-heffing gewijzigd bij een pand dat u als ondernemer gebruikt voor het bedrijf en voor privé. Dit heeft ook consequenties als u een pand in de loop van de tijd voor andere doeleinden gaat gebruiken. Als u als ondernemer een bedrijfspand laat bouwen en dit pand zowel zakelijk als privé gaat gebruiken, kon u tot 2011 alle in rekening gebrachte btw terugvragen bij de fiscus. Het deel dat betrekking had op het privégebruik moest dan wel in tien jaarlijkse termijnen worden terugbetaald. Sinds 1 januari 2011 is aftrek van betaalde btw alleen nog maar mogelijk voor de btw die betrekking heeft op het zakelijk gedeelte van het bedrijfspand. De btw over het privédeel kunt u niet meer terugvragen. De wijziging geldt voor onroerende zaken die vanaf 1 januari 2011 zijn (op)geleverd en die niet vallen onder de overgangsregeling (waarover verderop meer). 

Herziening
Hoe werkt de btw-aftrek als er wijzigingen optreden in het gebruik voor belaste prestaties en het privégebruik? Dit heeft gevolgen tijdens de zogenoemde herzieningstermijn. Deze termijn bedraagt negen jaar en begint te lopen in het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikname van de onroerende zaak. De herziening geldt zowel voor een toename als voor een afname van het privégebruik. De wijziging in het gebruik moet wel meer dan 10% bedragen en geldt alleen voor zover het pand behoort tot het ondernemingsvermogen.  

Voorbeeld
Een voorbeeld ter verduidelijking. Stel dat een ondernemer in 2011 een pand heeft aanschaft dat hij voor 60% gebruikt voor belaste handelingen en voor 40% voor privédoeleinden. In het derde boekjaar stijgt het zakelijk gebruik naar 80% en in het zesde boekjaar daalt het weer naar 60%. Als de ondernemer het pand volledig tot zijn ondernemingsvermogen rekent, heeft hij in 2011 alleen recht op aftrek van de aanschaf-btw voor het zakelijk gebruik van het pand, dus voor 60%. In het derde boekjaar ontstaat een aanvullend recht op aftrek. De btw op het pand, die betrekking heeft op dat boekjaar, wordt dan voor 20% herzien. De toename van het privégebruik in het zesde boekjaar leidt niet tot een herziening, omdat de verhouding gelijk is aan die van het eerste boekjaar. Stel nu dat de ondernemer het pand niet voor 100% maar slechts voor 60% tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Dan bestaat in het derde boekjaar geen aanvullend recht op aftrek. Hij heeft immers maar 60% aangemerkt als ondernemingsvermogen.  

Overgangsregeling
Voor onroerende zaken die onder de overgangsregeling vallen, blijft het btw-regime gelden dat van toepassing was vóór 1 januari 2011. Dit regime geldt feitelijk totdat de herzieningstermijn is verstreken. De onroerende zaak moet dan vóór 2011 zijn aangeschaft en in gebruik zijn genomen. Of het pand moet op 31 december 2010 in aanbouw zijn geweest en daarna zijn opgeleverd en in gebruik genomen. Onder ‘in aanbouw zijn’ valt ook de situatie van een koop-/aanneemovereenkomst, waarbij de eerste termijn (meestal de grond) vóór 2011 met btw is betaald en de bouw van het pand pas in 2011 is begonnen. 

Het btw-regime bij een pand dat u zowel privé als zakelijk gebruikt, blijft ingewikkeld. Natuurlijk kunt u uw belastingadviseur vragen om meer informatie.

 

          
    
 
© Register Belastingadviseurs
Het Register Belastingadviseurs (RB) aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de juistheid of volledigheid van de in deze uitgave vermelde informatie noch voor het op enigerlei wijze gebruikmaken van deze informatie.
 
     
Edisonstraat 84 ˇ 7006 RE Doetinchem ˇ Tel: +31 (0)314 - 37 55 00 ˇ bax@baxadvocaten.nl ˇ bax@baxbelastingkundigen.nl
CopyrightŠ Bax advocaten belastingkundigen | Deze nieuwsbrief niet meer ontvangen?