6. Btw-aftrek bij gemengd gebruik bedrijfspand
Sinds 1 januari 2011 is de btw-heffing gewijzigd bij een pand dat u als ondernemer gebruikt voor het bedrijf en voor privé. Dit heeft ook consequenties als u een pand in de loop van de tijd voor andere doeleinden gaat gebruiken. Als u als ondernemer een bedrijfspand laat bouwen en dit pand zowel zakelijk als privé gaat gebruiken, kon u tot 2011 alle in rekening gebrachte btw terugvragen bij de fiscus. Het deel dat betrekking had op het privégebruik moest dan wel in tien jaarlijkse termijnen worden terugbetaald. Sinds 1 januari 2011 is aftrek van betaalde btw alleen nog maar mogelijk voor de btw die betrekking heeft op het zakelijk gedeelte van het bedrijfspand. De btw over het privédeel kunt u niet meer terugvragen. De wijziging geldt voor onroerende zaken die vanaf 1 januari 2011 zijn (op)geleverd en die niet vallen onder de overgangsregeling (waarover verderop meer).
Herziening
Hoe werkt de btw-aftrek als er wijzigingen optreden in het gebruik voor belaste prestaties en het privégebruik? Dit heeft gevolgen tijdens de zogenoemde herzieningstermijn. Deze termijn bedraagt negen jaar en begint te lopen in het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikname van de onroerende zaak. De herziening geldt zowel voor een toename als voor een afname van het privégebruik. De wijziging in het gebruik moet wel meer dan 10% bedragen en geldt alleen voor zover het pand behoort tot het ondernemingsvermogen.
Voorbeeld
Een voorbeeld ter verduidelijking. Stel dat een ondernemer in 2011 een pand heeft aanschaft dat hij voor 60% gebruikt voor belaste handelingen en voor 40% voor privédoeleinden. In het derde boekjaar stijgt het zakelijk gebruik naar 80% en in het zesde boekjaar daalt het weer naar 60%. Als de ondernemer het pand volledig tot zijn ondernemingsvermogen rekent, heeft hij in 2011 alleen recht op aftrek van de aanschaf-btw voor het zakelijk gebruik van het pand, dus voor 60%. In het derde boekjaar ontstaat een aanvullend recht op aftrek. De btw op het pand, die betrekking heeft op dat boekjaar, wordt dan voor 20% herzien. De toename van het privégebruik in het zesde boekjaar leidt niet tot een herziening, omdat de verhouding gelijk is aan die van het eerste boekjaar. Stel nu dat de ondernemer het pand niet voor 100% maar slechts voor 60% tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Dan bestaat in het derde boekjaar geen aanvullend recht op aftrek. Hij heeft immers maar 60% aangemerkt als ondernemingsvermogen.
Overgangsregeling
Voor onroerende zaken die onder de overgangsregeling vallen, blijft het btw-regime gelden dat van toepassing was vóór 1 januari 2011. Dit regime geldt feitelijk totdat de herzieningstermijn is verstreken. De onroerende zaak moet dan vóór 2011 zijn aangeschaft en in gebruik zijn genomen. Of het pand moet op 31 december 2010 in aanbouw zijn geweest en daarna zijn opgeleverd en in gebruik genomen. Onder ‘in aanbouw zijn’ valt ook de situatie van een koop-/aanneemovereenkomst, waarbij de eerste termijn (meestal de grond) vóór 2011 met btw is betaald en de bouw van het pand pas in 2011 is begonnen.
Het btw-regime bij een pand dat u zowel privé als zakelijk gebruikt, blijft ingewikkeld. Natuurlijk kunt u uw belastingadviseur vragen om meer informatie.