Is de nieuwsbrief niet goed leesbaar?
   

   Nieuwsbrief - Fiscaal actueel - juni 2011

 


Fiscaal vriendelijk in- en doorlenen van de bv

 

Leent u geld van uw bv om dit tegen een hoger rentetarief op een privéspaarrekening te zetten? Dan is het voordeel dat u behaalt niet belast tegen het hoge tarief in box 1. Dit besliste de hoogste belastingrechter onlangs. 

 

In de zaak waarin de Hoge Raad moest oordelen ging het om een directeur-grootaandeelhouder (dga) die bijna € 1 miljoen van zijn eigen bv had geleend tegen een zakelijke rente van gemiddeld 2,5% (de bv kon bij de bank dezelfde rente krijgen als zij nu aan haar dga vroeg). De dga zette het bedrag op zijn eigen internetspaarrekening tegen een rentevergoeding van gemiddeld 3,6%. De inspecteur wilde het verschil (1,1%) belasten als resultaat uit een werkzaamheid in box 1. De dga ging hiertegen in beroep, maar kreeg geen gelijk van het Gerechtshof in Den Haag. Deze rechter vond dat de dga door zijn zeggenschap in de bv privé een voordeel behaalde door activiteiten die verder gingen dan normaal, actief vermogensbeheer. Met andere woorden, er was geen sprake van beleggen, maar van werkzaamheden. Het resultaat uit deze werkzaamheden moest worden belast tegen het progressieve tarief in box 1. De dga procedeerde verder om een uitspraak van de Hoge Raad te krijgen.

 

Rendabel maken van vermogen


Wil er sprake zijn van resultaat uit overige werkzaamheden, dan moet de belastinginspecteur aannemelijk maken dat de werkzaamheden ervoor zorgen dat sprake is van het rendabel maken van vermogen op een manier die verder gaat dan normaal beleggen. Zou namelijk sprake zijn van ‘gewoon’ beleggen, dan is het vermogen belast in box 3. Bij het beoordelen van de werkzaamheden wordt ook bekeken of daarvoor bijzondere kennis nodig is. Is dat het geval, dan wordt eerder aangenomen dat sprake is van werkzaamheden die verder gaan dan normaal, actief vermogensbeheer.

 

Normaal vermogensbeheer


De Hoge Raad oordeelde dat het uitzetten van geld op een spaarrekening onder normaal, actief vermogensbeheer valt. Hierbij maakt het niet uit of dat geld is geleend, zelfs niet dat het geld is geleend bij de bv waarover de dga volledige zeggenschap heeft. De kennis van rentetarieven op spaarrekeningen is volgens de Hoge Raad niet aan te merken als een bijzondere vorm van kennis. Daarom was het rentevoordeel niet belast als resultaat uit een werkzaamheid. Omdat het Hof had geoordeeld dat (ook) geen sprake was van loon uit dienstbetrekking, besliste de Hoge Raad dat het rentevoordeel niet behoorde tot het inkomen uit werk en woning in box 1. Aangezien bij de dga bovendien de schuld aan de bv en het tegoed op zijn spaarrekening tegen elkaar wegvielen in box 3, bleef het voordeel dus helemaal onbelast.


  
     

Ook bij voldoende geld kan sprake zijn van betalingsonmacht

 

Als een bv voldoende liquide middelen heeft om de verschuldigde belasting te betalen, maar in verband met andere verplichtingen dat geld niet daarvoor gebruikt, is ook sprake van betalingsonmacht die moet worden gemeld bij de Belastingdienst. Ook in zo´n situatie moet de bestuurder dus letten op bestuurdersaansprakelijkheid.

 

Als een bv niet in staat is de verschuldigde belastingen of premies te betalen, moet deze betalingsonmacht tijdig aan de ontvanger van de Belastingdienst worden gemeld. Iedere bestuurder is bevoegd om namens de bv melding te maken. Als de betalingsonmacht correct en tijdig is gemeld (dat wil zeggen schriftelijk binnen twee weken nadat de belastingen of premies moeten zijn betaald), kan de bestuurder alleen nog aansprakelijk worden gesteld als sprake is van aan hem te wijten ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. De ontvanger van de Belastingdienst moet dit aannemelijk zien te maken.

 

Geen juiste melding


Als geen (juiste) melding van betalingsonmacht is gedaan, is elk van de bestuurders aansprakelijk en wordt vermoed dat de niet-betaling aan de bestuurder(s) is te wijten. Deze regeling staat ook wel bekend als het ‘bewijsvermoeden’. De bestuurder heeft echter de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat het niet aan hem is te wijten dat het lichaam niet aan zijn meldingsplicht heeft voldaan. Als hij daarin slaagt, mag hij vervolgens nog weerleggen dat de niet-betaling kwam door, door hem gevoerd ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. Slaagt hij in deze zware bewijslast, dan wordt hij niet aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van de bv.


Betalingsonmacht

Onlangs besliste de Hoge Raad dat niet alleen sprake is van betalingsonmacht als een bv blijvend niet in staat is de belasting te betalen. Ook als het gaat om een periode van tijdelijke betalingsmoeilijkheden kan sprake zijn van betalingsonmacht, namelijk als de bv nog een redelijke verwachting kan hebben dat het op een later moment aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen. Zelfs als de bv wel over voldoende liquide middelen beschikt om de schuld te betalen, maar in verband met andere verplichtingen het geld niet gebruikt om die belastingschulden te betalen, kan sprake zijn van (tijdelijke) betalingsonmacht. Ook in dat geval moet de ontvanger dus tijdig worden geïnformeerd. Let hierop als u bijvoorbeeld om bedrijfseconomische redenen op een moment ervoor kiest de belastingschulden nog even niet te betalen. Dit zou in het ergste geval kunnen leiden tot aansprakelijkstelling van de bestuurder.


 

 

   

Wanneer is een beroepschrift tijdig ingediend?

 

Onlangs sprak de Hoge Raad zich uit over het wel of niet tijdig indienen van een beroepschrift. De rechter gaf aan dat een leesbare poststempel als uitgangspunt kan worden genomen voor de dag dat het beroepschrift op de post is gedaan.

 

Bent u het niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift van de inspecteur? Dan kan beroep worden aangetekend bij de rechter. Een beroepschrift moet binnen zes weken na de dagtekening van de uitspraak op het bezwaar bij de rechtbank zijn ingediend. Als het beroepschrift per post wordt verzonden, moet het vóór het einde van deze beroepstermijn van zes weken ter post zijn bezorgd. Bovendien moet het beroepschrift niet later dan één week na afloop van de beroepstermijn door de rechtbank zijn ontvangen. Onlangs boog de Hoge Raad zich over dit laatste vereiste.

 

Terpostbezorging


Het beroepschrift in deze zaak werd in de week na het verlopen van de beroepstermijn door de rechtbank ontvangen. De rechtbank onderzocht daarom of het wel voor het einde van de beroepstermijn ter post was bezorgd. Terpostbezorging vindt plaats op het moment waarop een poststuk in de brievenbus wordt gegooid of op het moment waarop het op een postkantoor wordt aangeboden. Nu is dat moeilijk na te gaan, dus de rechter keek naar de datum op de poststempel. Deze gaf aan dat het beroepschrift te laat ter post was bezorgd en daarom niet-ontvankelijk was en niet door de rechter in behandeling hoefde te worden genomen.

 

Poststempel

 

De Hoge Raad ging mee in deze redenering. Het feit dat een poststuk op een bepaalde datum door het postvervoersbedrijf is afgestempeld, sluit niet uit dat dit stuk op een eerdere datum ter post is bezorgd. Maar de datumstempel van het postvervoersbedrijf is vaak het enige vaststaande gegeven over het tijdstip van terpostbezorging. Om deze reden moet volgens de Hoge Raad een leesbare poststempel als bewijsrechtelijk uitgangspunt worden genomen. Er wordt dan van uitgegaan dat terpostbezorging plaatsvond op de dag waarop het poststuk is afgestempeld. Als de belastingplichtige kan bewijzen dat het poststuk vóór dat moment ter post is bezorgd, dan is dat moment bepalend. De belastingplichtige in deze zaak kreeg dat bewijs niet voor elkaar en het beroepschrift was dus terecht niet in behandeling genomen.

 

De bezwaar- en beroepstermijnen moeten nauwlettend in de gaten gehouden worden. Het is dan ook raadzaam uw adviseur ruim binnen de termijn te informeren.  


  
     

Gebruikelijk loon gold zowel in holding- als werk-bv

 

De hoogte van het loon van de directeur-grootaandeelhouder (dga) is een regelmatige terugkerende discussie. De belastinginspecteur zet altijd hoog in, terwijl de dga vindt dat het minder moet zijn. De gebruikelijkloonregeling is dan ook een bron van fiscale geschillen.

 

Onlangs moest Hof Den Haag tweemaal het gebruikelijk loon van de dga bepalen. Zowel voor de holding-bv als voor de werk-bv.

 

Holding


Wat was er aan de hand? Het ging om een holding-bv die 50% van de aandelen in een werk-bv had, een bouw- en aannemingsbedrijf. De holding stelde haar dga van 2001 tot en met 2005 als directeur ter beschikking aan het bouwbedrijf. De holding ontving daarvoor een managementvergoeding van de werk-bv. De dga kreeg van de holding een loon van gemiddeld € 52.000 uitbetaald, maar dat vond de inspecteur te weinig. Hij verhoogde het fiscale loon en legde de holding naheffingsaanslagen loonheffingen op. Volgens de inspecteur had de dga twee dienstbetrekkingen: één bij de holding-bv en één bij de werk-bv. De holding ging in beroep.

 

Managementvergoeding


De rechter ging ook uit van twee dienstbetrekkingen en paste tweemaal het gebruikelijk loon toe. Ten aanzien van de dienstbetrekking van de dga bij de holding (met een beperkte omvang van tien uren per jaar), keek de rechter naar de kwaliteit en het belang van de werkzaamheden en het gewicht van de te nemen beslissingen. Het Hof stelde aan de hand daarvan het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden van de dga bij de holding op € 20.000. Daarna keek de rechter ook naar de tweede dienstbetrekking; die met de werk-bv. Daarover oordeelde het Hof dat de inspecteur bij de dienstbetrekking bij de werk-bv terecht niet de afroommethode had toegepast, maar het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden bij het bouwbedrijf had berekend door de managementvergoeding te verminderen met een redelijke marge en een aantal kosten (zoals pensioenkosten). Het Hof ging akkoord met deze berekening. Het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden bij de werk-bv werd gesteld op gemiddeld € 59.000 per jaar. Opgeteld was het gebruikelijk loon van de dga in totaal dus € 79.000 per jaar, € 27.000 meer dan aangegeven.




  
     

Door werkgever betaalde verkeersboete was loon

 

Een door de werkgever betaalde verkeersboete die niet was teruggevraagd van de werknemer moest tot zijn belastbaar loon worden gerekend, zo oordeelde de rechter onlangs. De overtreding (46 km/uur te hard rijden) was niet veroorzaakt door een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.

 

In deze zaak draaide het om een directeur-grootaandeelhouder (dga) die in Zwitserland onderweg was van de ene zakelijke afspraak naar de volgende, toen hij werd aangehouden. Hij reed namelijk op met een snelheid van 126 km/uur op een weg waar hij maar 80 km/uur mocht rijden. De boete van € 3500 betaalde de man met de creditcard van de zaak. De bv verhaalde deze boete vervolgens niet op zijn dga. Nadat de inspecteur hierachter kwam tijdens een boekenonderzoek, legde hij een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op. Hiertegen ging de bv in beroep.

 

Verhaal
 

De rechter refereerde aan een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008 waarin is beslist dat een werkgever een verkeersboete voor een kleine overtreding die een werknemer onder werktijd heeft begaan, in beginsel kan verhalen op deze werknemer. Dat had de bv in deze zaak dus ook zeker kunnen doen. Het argument dat de overtreding was gemaakt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking en daarom onbelast vergoed kon worden, hield geen stand bij de rechter. Deze vond dat de werknemer ook andere keuzes (dan te hard rijden) had kunnen maken om zich wel aan de maximumsnelheid te houden. Hij had bijvoorbeeld eerder weg kunnen gaan of kunnen bellen dat hij later zou aankomen. De boete was dan ook niet belastingvrij te vergoeden en was terecht tot het loon gerekend.


  

   


Problemen met teruggaaf buitenlandse btw

De teruggave van buitenlandse btw gaat erg moeizaam, moest ook de staatssecretaris van Financiën onlangs toegeven. Door technische problemen en door communicatieproblemen tussen de systemen in de verschillende landen, is de afhandeling heel erg vertraagd.

Sinds 1 januari 2010 moet een verzoek om teruggaaf van buitenlandse btw worden ingediend bij de Belastingdienst in de eigen lidstaat. Deze stuurt dit verzoek dan door naar de inspecteur in het land waar de omzetbelasting is betaald. Dit nieuwe systeem voor de teruggaaf van in het buitenland betaalde btw werkt echter allerminst soepel. Hierdoor hebben duizenden ondernemers de buitenlandse omzetbelasting die zij in 2009 hebben betaald, heel laat of zelfs nog helemaal niet teruggekregen. De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat de Belastingdienst een kleine tegemoetkoming wil doen.

Coulancerente

De staatssecretaris heeft in antwoord op Kamervragen laten weten dat de Belastingdienst coulancerente gaat uitbetalen aan ondernemers die lang op de teruggaaf van de buitenlandse btw hebben moeten wachten. Hoeveel ondernemers de coulancerente gaan krijgen, is afhankelijk van de termijn waarover de rente wordt uitbetaald. Deze termijn is momenteel nog niet bekend en evenmin de hoogte van de rente. Komt u hiervoor in aanmerking, dan ontvangt u een brief van de inspecteur. Als u in financiële problemen bent geraakt door de vertraagde teruggaaf van buitenlandse btw, dan kunt u met de Belastingdienst afspraken maken over uitstel van betaling voor uw openstaande belastingschulden. 



 

 

  

LET OP: Houd de voorlopige aanslag Vpb op peil

Bedrijven die vennootschapsbelasting betalen, zijn niet meer verplicht om binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar de belastbare winst te schatten. De verplichting is met ingang van 1 januari 2011 afgeschaft. Het is echter nog wel van belang uw voorlopige aanslag op peil te houden, zodat deze aansluit bij de definitieve aanslag. Voorziet u dat de voorlopige aanslag niet juist is, bijvoorbeeld als u in 2011 hogere of lagere belastbare winsten verwacht dan op de voorlopige aanslag staat? Dan is het zaak om de Belastingdienst dit te laten weten, zodat de voorlopige aanslag kan worden aangepast. Gebeurt dit niet en moet de bv vervolgens na afloop van het jaar alsnog vennootschapsbelasting betalen, dan zal de Belastingdienst heffingsrente in rekening brengen. Blijkt dat op grote schaal slecht wordt ingeschat, dan zal dit waarschijnlijk tot strengere maatregelen van de inspecteur leiden.



© Register Belastingadviseurs  Het Register Belastingadviseurs (RB) aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de juistheid of volledigheid van de in deze uitgave vermelde informatie noch voor het op enigerlei wijze gebruikmaken van deze informatie.
  
  
Edisonstraat 84 ˇ 7006 RE Doetinchem ˇ Tel: +31 (0)314 - 37 55 00 ˇ bax@baxadvocaten.nl ˇ bax@baxbelastingkundigen.nl
CopyrightŠ Bax advocaten belastingkundigen | Deze nieuwsbrief niet meer ontvangen?