Is de nieuwsbrief niet goed leesbaar?
   


   Nieuwsbrief 27 april 2010
   De nieuwe successiewet.


1. Inleiding                                                          

Op 1 januari 2010 is een geheel vernieuwde Successiewet ingevoerd. In de Successiewet is de belastingheffing over schenkingen en erfenissen geregeld. De belasting op schenkingen heet voortaan ‘’schenkbelasting’’ (in plaats van ‘’recht van schenking’’) en de belasting op erfenissen ‘’erfbelasting’’ (in plaats van ‘’recht van successie’’). De wijzigingen zijn zo omvangrijk en ingrijpend, dat ook wel wordt gesproken over de ‘’Nieuwe Successiewet’’. In dit memo zetten we de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje.
                                                                   

 

 


2. Tarieven en vrijstellingen  

Onder de oude wetgeving waren er maar liefst 7 tariefschijven en 4 tariefgroepen. In de nieuwe wet is de tariefstructuur sterk vereenvoudigd. Er zijn nu nog slechts 3 tariefgroepen en 2 tariefschijven. De eerste tariefgroep (Ia.) is van toepassing op de partner en de kinderen. Een aparte tariefgroep (Ib.) geldt voor kleinkinderen. De tweede tariefgroep geldt voor alle andere verkrijgers.  De tabel ziet er als volgt uit:  

Gedeelte van de belaste verkrijging tussen

en

Ia. Verkrijging door partners / kinderen

Ib. Verkrijging  door kleinkinderen

II. In overige gevallen

€ 0

€ 118.000

10%

18%

30%

€ 118.000

hoger

20%

36%

40%


De tabel geldt zowel voor de schenkbelasting als de erfbelasting. Over de gehele linie is er sprake van een duidelijke verlaging van de tarieven. Onder de oude wetgeving bedroeg het hoogste tarief bijvoorbeeld maar liefst 68%. Het hoogste tarief in de nieuwe wet bedraagt 40%. Voorheen kende de tariefgroep voor partners en kinderen een toptarief van 27%. Ook dit is in de nieuwe wet aanzienlijk lager, namelijk maximaal 20%.

De nieuwe wet kent een aantal vrijstellingen voor schenkingen en erfenissen. Hieronder de belangrijkste:
 

Vrijstellingen erfbelasting
Partners: € 600.000
Kinderen en kleinkinderen: € 19.000
Ouders: € 45.000
Overige verkrijgers: € 2.000


Vrijstellingen schenkbelasting
Kinderen: € 5.000
Kinderen 18-35 jaar (eenmalig): € 24.000. Deze vrijstelling wordt verhoogd tot € 50.000 indien dit bedrag wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of voor de betaling van kosten van een studie of beroepsopleiding.
Overige verkrijgers: € 2.000

 

     
     


3. Afschaffing recht van overgang 

Het recht van overgang is afgeschaft. Deze belasting werd onder de oude Successiewet geheven over de waarde van specifieke in Nederland gelegen vermogensbestanddelen (zoals onroerende zaken) die werden verkregen (door schenking of uit een nalatenschap) van iemand die op het moment van de schenking of overlijden niet in Nederland woonde. Dit is vooral goed nieuws voor Nederlanders die al geruime tijd in het buitenland wonen (tenminste 10 jaar) en hun onroerende zaken (bijvoorbeeld de tweede woning) willen schenken aan de kinderen. Een dergelijke schenking zal onder de nieuwe Successiewet niet meer kunnen worden belast met Nederlandse schenkbelasting. Uiteraard moet wel worden bekeken of en in hoeverre het woonland hierover belasting heft. Een goede taxplanning is vereist.

   
  
4. Aanpassingen bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Een belangrijke reden voor de ingrijpende wijziging van de Successiewet was gelegen in het wegnemen van een aantal fiscale hobbels die een bedrijfsoverdracht vaak in de weg staan, met name in de familiesfeer.

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn aanzienlijk uitgebreid, maar de regeling is niet eenvoudiger geworden. Hieronder volgt een aantal opvallende wijzigingen:

▪ Onder de nieuwe regeling is maar liefst 100% van het ondernemingsvermogen (voorwaardelijk) vrijgesteld van schenk- of erfbelasting, indien de waarde van de achterliggende objectieve onderneming het bedrag van € 1.000.000 niet te boven gaat. Als de waarde van de onderneming meer dan € 1.000.000 bedraagt, dan wordt het meerdere voor 83% (voorwaardelijk) vrijgesteld. In de oude regeling bedroeg deze voorwaardelijke vrijstelling slechts 75% van het ondernemingsvermogen, ongeacht de omvang.
▪ Voor toepassing van de faciliteiten hoeft de schenker niet langer de leeftijd van 55 jaar te hebben bereikt of in bepaalde mate arbeidsongeschikt te zijn.
▪ Het te faciliteren ondernemingsvermogen is op verschillende manieren uitgebreid. Zo vallen onder de nieuwe regeling bijvoorbeeld ook onroerende zaken waarop het zogenaamde ‘’tbs-regime’’ van toepassing is onder de faciliteit.
▪ Bij het schenken of vererven van aanmerkelijkbelang-aandelen (globaal gezegd een belang in een vennootschap van tenminste 5%) is de erflater / schenker in beginsel 25% inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van de aandelen. De belastingwet kende al vele jaren de mogelijkheid om deze claim bij vererving door te schuiven naar de erfgenamen. Voor de schenking van ab-aandelen kende de oude wet geen faciliteit voor de inkomstenbelastingheffing. De nieuwe wet voorziet nu wel in een doorschuiffaciliteit bij schenking. De doorschuiffaciliteit houdt in dat de schenker van de aandelen geen 25% inkomstenbelasting is verschuldigd; de zogenaamde ‘’ab-claim’’ schuift door naar de verkrijger van de aandelen. De doorschuiffaciliteit is echter alleen van toepassing indien en voorzover de geschonken aandelen een materiële onderneming vertegenwoordigen en de verkrijger van de aandelen gedurende tenminste 36 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de schenking op enigerlei wijze in dienstbetrekking was bij de vennootschap.
▪ In de nieuwe wet is de doorschuiffaciliteit voor de inkomstenbelastingheffing bij overlijden aanzienlijk aangescherpt. Kort gezegd komt de aanscherping van de regeling erop neer dat de doorschuifregeling niet meer van toepassing is op de ab-claim die toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen in de BV. Veel ondernemers zijn zich hier niet van bewust. Met name DGA’s met een aanmerkelijk belang in een vennootschap waarin zich beleggingsvermogen bevindt moeten er dus rekening mee houden dat bij overlijden een aanzienlijke belastingheffing plaatsvindt (inkomstenbelasting en erfbelasting). 

Als u overweegt om uw onderneming over te dragen aan een opvolger is het zeer de moeite waard om u te laten informeren over de nieuwe bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Door de nieuwe Successiewet wordt deze overdracht vanuit fiscaal oogpunt in ieder geval een stuk aantrekkelijker.  

Als u aandelen heeft in een vennootschap waarvan het vermogen voor een belangrijk deel uit beleggingsvermogen bestaat dient u zich goed te realiseren dat dit tot een aanzienlijke heffing van inkomsten- en erfbelasting kan leiden op het moment dat u komt te overlijden. Op dit punt is de nieuwe Successiewet er namelijk niet beter op geworden. Laat u zich tijdig adviseren over de mogelijkheden om deze belastingdruk te voorkomen of te matigen!

 

      

  


5. Aanpassing partnerbegrip 

In de nieuwe wet is het begrip ‘’partner’’ aangescherpt. Het al dan niet kwalificeren als partner is vooral van belang voor toepassing van de partnervrijstelling voor de erf- en schenkbelasting. Zo heeft de partner recht op de vrijstelling van € 600.000 voor de erfbelasting. Voor wat betreft gehuwden en geregistreerde partners verandert er niets. Wel voor samenwoners. Onder de oude wet konden ook samenwoners die geen notarieel samenlevingscontract hadden gesloten onder voorwaarden een beroep doen op de partnervrijstellingen en –tarieven. In de nieuwe regeling is het raadzaam voor samenwoners om een notarieel samenlevingscontract te laten opstellen, waarin een wederzijdse zorgverplichting is opgenomen. Daarmee wordt toepassing van de partnervrijstelling en –tarieven veiliggesteld. Let daarbij op dat het opstellen van een dergelijk samenlevingscontract ook van invloed kan zijn op andere fiscale regelingen, bijvoorbeeld de inkomstenbelasting. Het is dus raadzaam om dit in samenspraak met uw fiscalist te doen. Het is overigens niet zo dat partners zonder een notarieel samenlevingscontract nooit in aanmerking komen voor de partnervrijstellingen en –tarieven. Als de samenwoners op het tijdstip van overlijden (of de schenking) gedurende een onafgebroken periode van 5 jaar een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, dan worden zij voor de erf- en schenkbelasting toch aangemerkt als partners. De gezamenlijke huishouding blijkt uit een inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde adres.


   

 

    


6. Enkele overige belangrijke wijzigingen 

▪ ANBI en SBBI
Verkrijgingen door algemeen nut beogende instellingen (ANBI) zijn in de regel vrijgesteld voor de heffing van schenk- en erfbelasting. Bovendien komen giften aan dergelijke instellingen in aanmerking voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. De eisen om te kwalificeren als ANBI zijn met ingang van 1 januari 2010 verscherpt. Het is dus mogelijk dat bepaalde instellingen hun status verliezen. Er is daarnaast een nieuwe vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting in de wet opgenomen voor zogenaamde sociaal belang behartigende instellingen (SBBI). Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan amateursportinstellingen en dorpshuizen. Let op: giften aan deze SBBI komen niet in aanmerking voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. 

▪ Trustvermogens
De wetgever wil een einde maken aan allerlei oneigenlijke constructies die de Nederlandse successieheffing frustreren. Met name het gebruik van doelvermogens zoals trusts en (buitenlandse) stichtingsvormen is de fiscus een doorn in het oog. Indien u op enigerlei wijze te maken heeft met vermogen dat is ondergebracht in een (buitenlandse) trust of stichting, neemt u dan contact met ons op. Wij vertellen u dan graag meer over de gevolgen van de nieuwe wetgeving in uw situatie. 

▪ Schenkingen
Op het terrein van schenkingen is er in de nieuwe wet ook het één en ander veranderd. Bijvoorbeeld ten aanzien van schenken in de vorm van renteloze leningen, een veel gebruikte manier van lenen /  schenken door ouders aan kinderen. Onder de oude regelgeving werd de prijsgegeven rente niet als een schenking aangemerkt, mits de lening maar onmiddellijk opeisbaar is en de schuldenaar op elk moment mag aflossen. Met ingang van 1 januari 2010 dient u dergelijke leningsovereenkomsten kritisch te bekijken, want als een direct opeisbare geldlening een rente draagt die lager is dan 6%, dan wordt de schuldeiser geacht een vruchtgebruik aan de schuldenaar te hebben geschonken. In beginsel moet dus ten aanzien van een dergelijke lening na afloop van elk kalenderjaar een aangifte schenkbelasting te worden gedaan. Omdat er geen overgangsrecht is opgenomen, is het zinvol om u te laten adviseren of het noodzakelijk is dergelijke bestaande overeenkomsten aan te passen met het oog op de nieuwe wetgeving. 

▪ Testamenten
De invoering van de nieuwe Successiewet kan een aanleiding zijn om te laten beoordelen of uw huidige testament nog wel up-to-date is. Sommige (veel gebruikte) testamentaire bepalingen zijn onder de nieuwe Successiewet niet langer gewenst en kunnen mogelijk zelfs leiden tot fiscaal nadeel. Te denken valt bijvoorbeeld aan zogenaamde ‘’ik-opa-testamenten’’ en clausules waarbij hoge rentes worden berekend over onderbedelingsvorderingen. Een testament dat is toegesneden op de nieuwe regels in de Successiewet is van groot belang voor een goede estate planning.


 

    

  


7. Tot slot

Indien u meer wilt weten of vragen/opmerkingen heeft over de inhoud van dit memo kunt u contact opnemen met één van onze belastingkundigen op telefoonnummer 0314 375500 of stuur een e-mail naar bax@belastingkundigen.nl 

Dit memorandum is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld met de beschikbare informatie op de hieronder genoemde datum, maar dient slechts als informatiebrochure. Wij aanvaarden daarom geen enkele verantwoordelijkheid voor hetgeen men zonder deskundig advies onderneemt naar aanleiding van deze publicatie. 

April 2010

 

 

Edisonstraat 84 ˇ 7006 RE Doetinchem ˇ Tel: +31 (0)314 - 37 55 00 ˇ bax@baxadvocaten.nl ˇ bax@baxbelastingkundigen.nl
CopyrightŠ Bax advocaten belastingkundigen | Deze nieuwsbrief niet meer ontvangen?